Naar Pons (Verlof Bourdenne 2)

Maandag, 30 juni 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Vandaag staat er de eerst serieuze fietstocht, na de verkenningstocht van gisteren zo’n 13km, op het programma om 15u rijden we even tot Jonzac om in het toeristenbureau wat brochures en landkaarten te nemen. Dan gaat het richting Pons langs een drukke smalle departementale (D142), een draak van een weg. Naast de baan is het genieten van het wijds landschap. Een lappendeken van velden ligt uitgerold over de trage hellingen, als bekroning torent er steevast een kerktoren op deze hellingen.

Saint-Georges-Antignac

Useau

Saint-Blaize

Avy

Ondanks het druk en ronduit gevaarlijk verkeer, laten we ons toch verleiden tot het nemen van enkele foto’s. En zo komen we een uur en half later aan in Pons. Werken doen ons omrijden om het centrum en de befaamde, immense donjon te bereiken.Geholpen door een vriendelijke fransman geraken we op het goede spoor en na een nijdig klimmetje staan we oog in oog met het vervaarlijk monument.

Juist ernaast het “Hôtel de Ville”

Hier wordt de rit aangepast. Onder geen beding rijden we via dezelfde weg terug. Een kaart uit het toeristenbureau brengt soelaas. In onze Garmin brengen we verschillende plaatsen in die als aantrekkelijk aangegeven staan. Eerst bezoeken we het Hôpital des pelerins.

Pons is al eeuwenlang een gekende doorgangsplaats op weg naar Compostella.

Op de rotonde, die we voorbijfietsen bij het verlaten van Pons, staan er verschillende pelgrims afgebeeld.

Daar start onze terugtocht, nog enkele kilometers langs de verfoeide departementale om dan af te slagen richting Chadenac. Het kleind dorpje met een heel mooie kerk duikt in de velden op, juist achter het steevast buiten de dorpskom liggend kerkhof. (gaat het schrijven van dit verslag gepaard met het proeven van “pineau de charentes”?)

Dan gaat het via Marignac, met ook een mooi kerkje.

naar Mosnac. Daar is voor de verandering de kerk ook het bezien waard. Frankrijk stond blijkbaar vooraan als Jezeke met de kerken smeet.

Maar we worden echt gecharmeerd door een prachtig kapelletje verloren in de velden.

Eventjes later stuiten we op deze bergbeklimmers die op een avontuurlijke wijze (maar goed beveiligd) de rotsen afdalen.

Gedreven door het late uur en een hongerige maag stevenen we af op Clion sur Seugne. De zon zakt weg achter de horizon en kleurt alles lichtrood. Zo ook deze mooie hereboerderij.

Dit doet ons nog eens stoppen, maar nu leggen we er de pees op en in een mum van tijd zijn we terug in Bourdenne. Wat als een gevaarlijke tocht begon eindigt in een prachtig toer. De kleine baantjes brachten ons langs velden, bossen, beekjes en andere rivieren. Waar we ook niet naast konden kijken is het devote verleden? van deze landelijke streek.

Een dalende zon kleurde dit alles roodoranje. Onze eerste  fietstocht, die naam waardig (60km), is geslaagd, hij smaakt naar nog.

Naar Jonzac (verlof Bourdenne 1)

Zondag, 29 juni 2008

Bourdenne is een gehuchtje van Saint-Germain de Lusignan we hebben er een gîte gehuurd.  Van hier trekken we erop uit. We verkennen steden. Bordeaux, La Rochette, Saintes, Angoulème en op het nippertje Royan. Maar de geest van deze blog getrouw, breng ik verslag van de fietstochten die we er maakten.

Om 9u brood gaan halen, Jonzac ontdekt. Wat een mooi stadje. Na het eten en het installeren van wat extra tafels in de tuin fietsen we om 11u naar Jonzac. Eerst moeten we Saint-Germain de Lusignan door.

Veerle kan het niet laten om snel een spoorweg te kieken

Daarna gaat het snel naar Jonzac. Dit mooie bankgebouw zet al onmiddellijk de toon.

We rijden door richting centrum. Enkele leuke details trekken onze aandacht.


Zij zijn de voorbode van het volgend idyllisch plekje aan de “Seugne”,

We verliezen alle tijd uit het oog en het duurt dan ook even voor we verder fietsen. Op een lichte heuvel staat het gemeentehuis “Hotel de Ville”. Dit blijkt een echt kasteel te zijn (het bestaan ervan gaat terug tot 1059).

Voor dit prachtig stadhuis heb je een mooie kijk op de omgeving, dit brugje smeekt om gekiekt te worden.

Op het langgerekt marktplein is er juist een tentoonstelling van foto’s over Quebec.

We fietsen naar een volgend plein waar Arianne ons met haar toorts verwelkomt.

Onder een brandende zon, af en toe verborgen achter hoge wolken, fietsen we terug. In Frankrijk houdt men eraan de ronde punten op te fleuren met tafereeltjes of monumenten, zo ook hier.

We moeten opnieuw Saint-Germain de Lusignan door. Nu krijgen we echter een ander zicht op het dorpskerkje en de omliggende huizen. Ook dit is zeer mooi.

Na dit kleine oponthoud zijn we “op een ik en een gij ” terug thuis of beter gezegd in onze gîte. Daar kaarten we nog wat na en maken ons gereed om naar La Rochelle te rijden, met de auto deze keer.

De boerenkrijgroute…voor outer en heerd

In 2003 kwam er in onze streek, tussen Ninove en Aalst, er een nieuwe route bij. De boerenkrijgroute. 210 jaar geleden in 1798 ontstond er in de zuidelijke nederlanden (of ongeveer het huidige België?) een volksopstand tegen de Franse overheerser. In de streek rond Liedekerke zouden de brigands ten strijde zijn getrokken vandaar… Inmiddels zijn we 5 jaar na de inhuldiging van deze route. Wij reden ze meermaals en steeds bleef zij ons boeien. Dus vandaag starten we met de bedoeling er een reportage van te maken.

Voorbij Liedekerke in Essene pikken wij in op de route(45km lang), Garmin heeft dan al 5km afstand geregistreerd.  Even volgen wij de spoorweg maar aan het station van Essene duiken we  de velden in en stoppen in het zicht van de autostrade aan de Bellemolen.

De Bellemolen was ooit een gekend restaurant, toch daar is nu niet zoveel meer van te merken. Vooral het dak is er erg aan toe. 2 pedaalslagen verder is er Mie katoen, in dit restaurant zijn we al een paar keer gaan eten. Voor schappelijke prijzen kan je er lekker eten, voor echt fijnproeven zijn er betere, duurdere adressen in de streek.

Via volgende voetgangers- fietsersbrug steken we de E40 over.

Nog voor we Essene-dorp zelf bereiken draaien we al terug de velden in op weg naar Ternat. Het centrum van Essene doen we niet aan, wat spijtig is dit heeft toch enige charme zie enkele archieffoto’s;

Het kerkplein is ook een fietsstop waard.

Als je dan toch gestopt bent, moet je zeker de papeter van Patrick Van Craenbroeck gaan bekijken.

Maar wie de route stipt volgt mist dit dus. Inmiddels zijn wij terug in de velden. We naderen Sint-Katharina-Lombeek. Gouw nog een kiekje van dit huisje verdoken in het groen. Deze woonst is  in aanbouw, zou je van hieruit niet zeggen. Ik wens de toekomstige bewoners veel geluk en hoop dat zij veel van deze prachtige ligging mogen genieten.

In Wambeek trekt deze koe de aandacht. Een paar jaar geleden stond Brussel vol met deze schepsels, was wel leuk.

Daarna zijn we snel in Ternat. Waar vooral de grote, imposante toren van de Sint-Gertrudiskerk de aandacht trekt. Toch ik geef graag enkele andere beelden.

Een groot landhuis met bijbehorend park.

Niet de toren, maar buitenzicht op de zijbeuken en monument voor de gesneuvelden van 1914-1918.

Het gemeentehuis mag ook gezien worden.

Zomaar, dit schattig huisje vandaag

en op 23 maart laatstleden, vergelijk vooral de tuin en de bomen.

Hierna houden we even rust en zoals de tienerjeugd, die juist één van hun laatste schooldagen voor de vakantie achter de rug hebben, genieten we van een lekker ijsje in de hand. Dan steken we de markt over en verlaten deze gemeente. We klimmen naar de hogergelegen velden en ontwaren lager een kasteeltje.

Dan toch nog even terugblikken op de Sint-Gertrudiskerk

Door de velden, dit is in deze tour samen met de hellingen een constante, priemt het kerkje Wambeek.

In dit landelijk dorpje treffen we nog eens een restaurant(lijkt toch ook een constante in deze rit) “De voet van Keizer Karel”.  Hier komen we geregeld, meestal naar aanleiding van een verjaardag, over de vloer. De prijzen zijn hier betaalbaar en de keuken, geen haute cuisine, levert toch lekkere schotels af. Ik kijk al uit naar de winter met zijn de wildschotels.

Van Wambeek gaat het naar Eizeringen dat juist voorbij het drukke kruispunt van de Ninoofse- en Assesteenweg ligt. In de velden ertussen wemelt het van plastieken serres waar er aardbeien geteeld worden.

Eizeringen, ook dit is een pittoresk dorpje (constante 4 pittoreske dorpjes). Met een paar opmerkelijke monumenten. Bij het binnenkomen de Sint-Ursulakerk.

Wat verder aan de rand van het dorp en vanuit de velden mooi te bewonderen kasteel Neufcour, volop in restauratie (let op geen restaurant dus geen constante)en de kasteelhoeve. Door de breedhoek van mijn panasonic krijg ik ze samen op de gevoelige plaat.

Ook hier hijsen we ons verder het dorp uit. We zigzaggen verder naar Nelleken een gehucht waar we bij het Sint-Berlindiskapelletje van onze meegenomen koeken smullen.

Daarna vervolgen we onze tocht. De Boerenkrijg loopt hier samen met de Valleitjesroute. Iedereen klaar; constante nummer 5, de deze route deelt zijn traject met andere routes. In Liedekerke de Schiptrekkersroute, in Roosdaal de Groene koepelroute en hier dus de Valleitjes. Op weg naar Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek kiekte Veerle volgende sfeerbeelden:

Het is verwonderlijk aan elk ouder fermetje liggen er bouwmaterialen, nog te gebruiken of overschot, wie zal het zeggen? Constante 6

Een fiere knotwilg met rust

Langzaam wordt het graan, hier gerst, rijp. Nog een paar zonnige weken en het is oogsten geblazen.

Deze chocoladerepen zijn zeker al een tweede plantsoen aardappelen.

Van Onze-Lieve-Vouw-Lombeek nu eens geen foto van de majestueuze kerk (constante -1)maar van de fiere herenhuizen die in het dal staan te pronken. Wie graag een foto van de kerk wil, moet na het lezen van deze reportage eens doorklikken naar het verslag van de Valleitjesroute op deze blog.

Ik hoor jullie al vragen naar het plaatselijk restaurant, mag het ook een “afspanning” zijn. Proef die naam, een mens zou nooit meer op restaurant willen gaan.

Voor de verandering is het nog maar eens, bijwijlen vrij stijl, klimmen om de dorpskom te verlaten. De holle wegen hier zijn wel heel mooi.

Boven wacht ons het plaatselijk icoon, wat het atomium voor Brussel is, de eiffeltoren voor Parijs dat is de windmolen van kapitein Zeppos voor Onze-Lieve-Vouw-Lombeek.

Vanaf hier hebben we een geweldig uitzicht op Pamel en zijn grote Sint-Gaugericuskerk.

Pamel doen we niet echt aan, via buitenwijken fietsen we door deze gemeente. De tocht loopt nu ver ten einde, we kruisen af en toe een fietser op weg naar huis.

De Dender luidt het einde in en voert ons snel naar huis.

Opnieuw heeft den Boerekrijg ons te pakken gehad. Deze tocht blijft bekoren. Hij is wel vrij zwaar en somige veldbanen zijn ronduit slecht na dagenlang regenen. Maar als ze wat droog zijn moet je de inspanning wagen, vooral het traject, van Eizeringen over Onze-Lieve-Vrouw-Lombeek tot je terug de Ninoofse steenweg over moet, zal je veel voldoening geven 8.5/10

Op verplaatsing… de Leiestreekroute

Misschien is het jullie nog niet opgevallen maar nogal wat fietsroutes baseren zich op waterlopen. Zij volgen een tijdje de loop via jachtpaden en andere baantjes en verkennen ook de streek omheen de waterloop. Ook de Leiestreekroute volgt dit principe. Geregeld kruist de “golden river” het fietstraject en enkele keren wordt over een kort stukje langs haar oevers gefietst.

Het regent pijpenstelen als we met de fietsen op het dak vertrekken naar de watersportbaan in Gent, waar wij liever dan aan het Sint-Pieterstation op de route inpikken. Het is even droog als wij nog snel een hap binnenspelen en de fietsen van het dak halen.

Onmiddellijk rijden we een kort stuk langs de Leie. Na een kleine jachthaven gaat de route over enkele grote, minder aangename, invalswegen. Eens deze achter de rug doorkruisen wij verschillende villawijken.

Deze zijn veel rustiger en aangenamer om te fietsen. Ondanks het weerbericht “na de middag droog en enkele opklaringen” krijgen we nog meerdere buien te verwerken.

Het eerste deel van deze route brengt ons via lange, soms drukke, verkeerswegen naar Deinze. Op enkele leuke plekjes, boerderijtjes of bossen, na is dit traject niet meteen om wild van te worden.

Deinze zelf brengt ons ook niet in vervoering, alhoewel deze molens langs de vaart toch indruk maken.

In Deinze krijgen we nog een fikse bui te verwerken, deze keer moeten we schuilen willen we niet druipnat onze tocht voor zetten. Daarna verlaten we het stadje en vinden het volgend monument op onze weg. Een verwijzing naar de stokerijen hier in de buurt? Zal wel zeker, vele gebeurtenissen werden (worden) hier bezegend met een drupke. Van de regen in den drup.

Omstreeks 18u begint het uit te klaren en haast tegelijkertijd verandert het landschap. Mooie vergezichten van velden, bossen en pittoreske boerderijtjes (in ’t schoon vlaams fermettekes).

Ook de Leie toont zich nu langs haar mooiste kant.

Ge zou U zelf zo gaan inschrijven in de plaatselijke kunstacademie.

Dit paard heeft het voorrecht hier met ganse dagen langs deze mooie boorden te grazen.

Wat verder in de velden zien we deze grote, uitzonderlijke plant langs de kant. Toevallige voorbijgangers waarschuwen ons deze plant niet aan te raken. Een heel branderige gevoel zou het gevolg zijn.  Na wat opzoekingswerk thuis blijkt het de bereklauw te zijn. Deze naam lijkt mij, gezien de aard van het plantje, zeer toepasselijk te zijn.

Ineens duikt tussen de bossen het mooie kasteel van Ooidonk op. Hier kunnen we niet anders dan enkele foto’s te nemen.

Wat inzoomen op dit mooi toegangsbruggetje.

Ook dit bankje tussen het groen wordt dichterbij gehaald.

Deze stevige paal met ketting oogt ook mooi zo in het groen.

Van groen gesproken.

Gaat ineens de poort dicht. Zal met het uur te maken hebben, we worden echt late vogels.

Gauw een vergezicht op het plaatselijke dorpskerkje van Bachte Maria Leerne.

Als deze bomenrij geen uitnodiging is om een kiekje te maken?

Zo gaat dat in zijn werk.

Nog even de toegangspoort, die ook als uitgang dient (toen al multifunctioneel All in one)

Opnieuw kruisen we de Leie, die nogal wat pleziervaarders lokt.

Dan fietsen we Deurle binnen, hier heeft de sluiterknop van onze fototoestellen het flink te verduren.

Bokrijk aan de Leie.

Laat deze doening aan mijn lens niet voorbijgaan.

Verstoppen helpt niet.

Taverne “de oude hoeve”, hier hebben we genoten van een frisse kriek en smakelijke donkere Maredsous. Vriendelijke bediening en gezellig terras. Prijs valt gezien de locatie nog mee.

Door deze kathedraal van bomen verlaten we dit dorpje.

Nu is het hek van de dam, de villawijk die we nu doorkruisen tart alle verbeelding. Dallas, Monaco, de Arabische emiraten aan de Leie (hoor ik hier nog de invloed van den maredsous?). Ongelooflijk grote villa’s met porches, feraris, jaguars of andere sleeën voor de deur en of dit nog niet genoeg is in de tuin een aanlegsteiger voor de speedboot. “Is dit alles echt nodig” vraag ik mezelf af, ik kan het ook moeilijk rijmen met de daklozen die ik elke dag in Brussel zie bedelen.

Dit is het torenhuis waar Albert Servaes jarenlang zijn stek had.

Na al het architecturaal geweld, heeft dit ongedwongen “pink boerderijtje” iets charmant (gezien door een glas kriek?).

Wie regelmatig mijn fietsverslagen leest weet dat ik een voorliefde heb voor landelijke bedrijfjes van weleer. Dit exemplaar is wel prachtig gelegen en lijkt toch goed bewaart, mogelijks is hier nog enige activiteit.

Aan het misprijzen van dit rund kan ik ook niet voorbij zonder er een foto van te maken.

Ruim te laat, na 20u. bereiken we Afsnee. De overzet heeft zijn diensten al zo’n uur en half gestopt. Hier verlaten we noodgewongen de route en fietsen gps-gewijs naar Gent.

Aan het Sint-Pietersstation trachten we in te pikken op de Leiestreekroute. Maar in al de drukte is dit geen sinecure. We volgen dan maar de aanduiding naar de Blaarmeersen

Het aandoen van Drongen is voor een “Leieroute revisited” en hebben jullie nog te goed. Ter compensatie een kiekje van deze huizenrij. Vindt de speedboot!!!

Nu is het slechts een boogscheut tot de Blaarmeersen, waar ons A-ken trouw op ons wacht aan de watersportbaan.


De route is 55km lang. Ondanks de hevige regen van de voorbije week is het ganse traject vlot berijdbaar. Afgezien van een enkele brug is heel het parcours vlak. Op enkele plaatsen is de bewegwijzering voor verbetering vatbaar. Nogal verwarrend, we zijn eens op onze stappen… nee eerder pedaalomwentelingen of zoiets moeten terugkeren . Leuke route,spijtig is het begin tot Deinze wat saai, maar daarna is het zeker een must 7/10.

Ronquières, kanaal en hinterland

Zo’n 10 jaar geleden ontdekten we het oude, buiten gebruik geraakte, kanaal van Ronquières. Ronquières is gekend voor z’n immense scheepslift. Menig studiereis (zeg maar schoolreis) leidt tot aan de voet van het reusachtige complex. Zonder afbreuk te willen doen aan de hier geleverde prestatie, val ik toch meer voor de charmes van het oude, voor scheepvaart gesloten, kanaal. Dus als het zondag na een zware regenperiode uitklaart, staan op een wip de fietsen boven op ons A-ken en vertrekken we naar Ronquières. Daar aangekomen parkeren we in de nabijheid van een etablissement annex terras dat wat aan furore heeft ingeboet. Ooit moet het hier aanschuiven geweest zijn om het “hellend vlak” (zou vlakke helling ook kunnen?) te bewonderen. In 1968 bespaarde men met dit technisch hoogstandje hopen tijd. Op zo’n 40 minuten overbrugt het hellend ding een hoogte die daarvoor 2 dagen vergde aan sluisjes binnenvaren en zich, dank zij het principe van de communicerende vaten (is iedereen bij de les!!), omhoog laten stuwen en de sluis uit varen. Tijd besparen het groot principe toen al. Just in time.. niet meer. Ja inderdaad door het megalomaan project diende het kanaal rechtgetrokken en een groot deel afgesloten en onbruikbaar voor de schepen. Bij het afsluiten bleef de tijd er stilstaan. Laten wij nu juist de tijd nemen om langs dit mooie “vieux-canal wat in de tijd te terug te keren.

Juist voorbij het eerder genoemde etablissement draaien we rechtsaf het jaagpad op. Onmiddellijk vallen de verschillende, tot woonboot omgebouwde, rivierschepen (voor de kruiswoordraadsels aak meervoud: aken) op.

10 jaar geleden lagen er hier enkele boten maar nu is het drummen en is deze geul vol. Algauw komen we aan de eerst sluis of wat ooit een sluis was.

De sluisdeuren zijn verdwenen, dicht gemetseld en vormen nu een kleine waterval. Dit lot is elke sluis toebedeeld.

Daar er door het afsluiten van deze sluisen (in de volksmond, en dus minder bruikbaar voor kruiswoordraadsels, ook sas genoemd) er geen binnenvaart mogelijk is heeft de natuur hier zich meer kunnen ontplooien. Ook de tand des tijds heeft zich kunnen uitleven. Om jullie een idee te geven de volgende beelden.

Oude vaargeul en achterliggend “bassin” waar de boten hun beurt moesten afwachten.

Ook op het wateroppervlak grijpt de natuur zijn kans, mooi toch?

De pijlers van een onafgewerkte of verdwenen!! brug

Moeder en kroost kunnen zonder gevaar oversteken, het verkeer is hier al decennia lang stilgevallen.

een gezellige wirwar van riet (al dan niet verdroogd), drijfhout en bladgroen.

stelling van dit heerschap;”Napoleon a bien fait les choses!” Ik veronderstel dat Napoleon, buiten veel menselijk leed, ook verantwoordelijk is voor dit idyllisch kanaal.

Staat er in de titel niet hinterland? Inderdaad uit vorige ervaring leerde ik dat het jaagpad ineens door een afgesloten tunnel wordt geblokkeerd en rechtsomkeer de enige keus is. Dus heb ik dank zij onze garmin een route samengesteld die buiten het kanaal ook Seneffe en Soignies (Zinnik) aandoet alvorens terug naar Ronquières te fietsen.

In Arquennes verlaten we het oude kanaal.

Seneffe bereiken we via een (pre)ravelroute.

In Wallonië bestaan er haast geen bewegwijzerde routes. Zij hebben de ravelroutes die je nog het best kan vergelijken met de LF-routes (lange afstandsroutes) bij ons in Vlaanderen. Ravel maakt vooral gebruik van jaagpaden en oude, buiten gebruik geraakte spoorwegen. Doch qua bewegwijzering spelen ze enkele afdelingen lager. Maar in een mooi kader bereiken we via een oude spoorwegbedding

en enkele veldbanen Seneffe.

Op een vernieuwd stationsplein houden we even halt.

In een bakkerij kopen we een koffiekoek, die smullen we op en nemen daarna de tijd voor volgende kiekjes.

Modern Times (Centre de l’eau)

Kerk van Seneffe

Herenhuis vlakbij de kerk, misschien pastorij?

In Seneffe was er vroeger een kleine haven of aanlegplaats

Ideaal om tot rust te komen

Bij het verlaten van Seneffe peddelen we nog even langs het “vieux-canal”

en een mooie baai waar verschillende plezierboten aangemeerd liggen,

de nabijgelegen “port de plaisance” is hier niet vreemd aan.

Hier is de aansluiting met het huidige kanaal Brussel-Charleroi.

Na het gezellige kanaaltje dat zich wat in bochten wringt om de zwaarste obstakels te ontwijken is dit rechttoe-rechtaan kanaal wat een ontnuchtering. Al meteen duikt de eerste industrie op die, wat voor de hand liggend is, zich langs deze brede waterweg heeft gevestigd.

Eventjes switchen we van kanaal om na enige tijd de velden in te duiken en via dorpjes, als Mignault en Naast, Soignies te bereiken. Deze dorpjes zijn klassiek van opbouw. Na de velden doorkruisen we enkele villawijkjes, de villa’s zijn klein tot middelgroot.

Daarna fietsen we door arbeiderswijken.

In deze wijken zijn de rijhuisjes haast even groot maar verschillen toch steeds een beetje van gevel en dak. In het centrum treffen we de kerk en het oud gemeentehuis.

Dit gemeentehuis is nogal eens omgebouwd tot cultureel centrum of bibliotheek. In het centrum vind je ook de apotheker en kruidenier. Deze laatste kan ook een klein warenhuis zijn, als er tenminste genoeg cliënteel voorhanden is. Voor we het goed weten naderen we Soignies. Mastodonten van steenblokken verassen ons bij het binnenrijden.

Er zij hier nog carrières waar er grote blokken blauwe hardsteen gekapt worden. Wat verder passeren we volgend gebouw.

Het is veel van zijn trots kwijtgeraakt en staat nu te verkommeren. Soignies is een vrij mooi Henegouws provinciestadje, dat zeker een stop tijdens de fietstocht waard is getuige deze prenten.

Leuk plekje terwijl we centrumwaarts fietsen

Sint-Vincentiuskerk

Plaatselijke horeca (tiens waar heb ik dat al gehoord??)

Mooi gerestaureerd gebouw, de achterkant is zeer modern, grote glasramen enz…misschien een school?

Na Soignies of te Zinnik richten we de steven (kwestie van in de bootsfeer te blijven) naar Ronquières. Opnieuw zijn uitgestrekte velden ons deel.

Hier wordt de tocht echt pittig. De streek hier wordt doorkliefd door enkele valleien die voor grote hoogteverschillen zorgen. Klimmen en dalen en natuurlijk foto’s schieten van de prachtige hellingen die zich langzaam in nevels hullen.

Deze nevels voorbodes van de naderende zonsondergang maken ons opnieuw bewust van de tijd. Waren we die toch wel uit het oog verloren zeker, dan neem je eens de tijd… Een 4-tal kilometer voor het einde worden we verrast door het volgende.

Zo in het midden van de velden.

Een valleiheuvel verder duikt het plaatselijk icoon op

en dan weten we dat we snel terug aan ons A-ken komen (merk het tussenstreepje wat er een bescheiden mercedesje van maakt i.p.v. een vloot rivierboten). Inmiddels is het al 21u, we heisen snel de fietsen op het autodak en spoeden ons terug naar Erembodegem. Morgen begint er een nieuwe werkweek en moeten we vroeg op, de race tegen de klok dient zich al aan. Tijd, tijd en nog eens t…..

Een tocht van zo’n 55 km we hebben ongelooflijk genoten. Een opsteker na een zware, met regen doorweekte werkweek. Ik kan iedereen deze streek aanraden. Het jaagpad naast le vieux-canal is goed berijdbaar en bij elke sluis klimt het een beetje maar eigenlijk mag het geen naam hebben. Voor de meer geoefende fietser is de streek tussen Ronquières en Soignies een must. Prachtige landschappen, bossen, velden en boerderijtjes en dorpjes vragen om bezocht en bewonderd te worden.

Bij momenten een stevige inspanning geeft daarbij veel voldoening. Neem er eens de tijd voor…

Op verplaatsing: van Leuven naar Tervuren en…terug

Vorig jaar was wat speciaal, het warmste jaar sinds er temperatuur-waarnemingen gebeuren in Ukkel. Na een zomerse aprilmaand stokte het een beetje. De zomer was eerder nat. Doch begin augustus was er een zonnige periode. Tijdens dit zonnig intermezzo fietsten we ondermeer van Leuven naar Tervuren. Daar momenteel, vandaag lopen we de 20km van Brussel, haast al onze vrije tijd in het lopen opgaat een klein verslagje van deze rit. Binnenkort kruipen we opnieuw in het zadel om nieuwe fietsavonturen bijeen te peddelen.

Het Leuvens groot begijnhof is onze startplaats. Alvorens de fietsen af te laden kuieren we door dit prachtig gerestaureerd begijnhof en nemen enkele foto’s.

Daarna is het even zoeken hoe we de Leuvense ring kunnen oversteken. Het blijkt echter dat we eronder door moeten. Algauw komen we zo in een park met het prachtige Kasteel van Arenberg.

“Kasteel de Liedekerke”

Vandaar gaat het over Bertem naar Tervuren meer bepaald naar het park en museum.

Daarna keren we terug, een deel door het zonieënwoud en over Huldenberg.

Dit is een fietstocht waar van hebben genoten. Het groot begijnhof is zeker een bezoek waard. Kleine paadjes soms langs kronkelende beekjes brengen ons naar het mooie park van Tervuren.

Als je tijd genoeg hebt kan je er het bekende museum bezoeken.

Om af te sluiten

De riante polderroute (voor wie van boomgallerijen houdt)

26° in het binnenland en tot 23° aan zee. Dit lijkt een uitgelezen dag om nog eens naar de kust te rijden en er een leuke fietstocht te maken. Zogezegd… en om 15u30 verlaten we het Heldenplein in Heist voor de riante polderroute. We laveren langs mooie villaatjes

om ineens aan de dijk op te duiken

en vervolgens weer landinwaarts naar het Zoute te fietsen.

Voorbij het Zoute bevinden we ons tussen de koeien dit moeten de polders zijn.

Door deze polders stevenen we naar Nederlandse grens om dan terug Belgiëwaarts te gaan. Toch hier breien wij een kleine uitbreiding aan deze route en richten de steven naar Cadzand.

Daar smullen we, in het Noordzeehotel, van een lekkere warme appelbol die lekker contrasteert met het bijbestelde roomijs mmmm!!!

Daarna zoeken we voorbij Retranchement

de Riante polderroute opnieuw op. Deze voert ons langs beken en een verloren slik

of bomenrijen naar Sint Anna ter Muiden. Dit mooie dorpje bekoort ons dadelijk, we krijgen er haast niet genoeg van en het duurt dan ook vele foto’s voor we hier weggeraken.


De geblokte vieringtoren domineert dit dorpje en is al van ver te bewonderen.

Nu komen we snel aan het kanaal tussen Brugge en Sluis dat we een paar km volgen. Voor de eerste keer rijden we onder een galerij van majestueuze bomen,

dit zal zich nog meermaals herhalen en typeert wat deze route. Voorbij Hoeke verlaten we dit kanaal en peddelen langs schilderachtige wegen naar Oostkerke.

Na Oostkerke doen we nog eens een kanaal aan alvorens het gekende Damme te bereiken.

Inmiddels is het al om en bij 20u en door de temperatuur en het lang weekend is het er op koppen lopen. We maken enkele foto’s en reppen ons verder door de polders naar Ramskerke.


Ook dit is een pittoresk dorpje, maar werken in de dorpskern maken het wat moeilijk om er rond te fietsen. Het late uur noopt ons nu om een tandje bij te steken en met een fikse snelheid snellen we naar Heist. Daar zitten op een wip de fietsen op het dak van ons A-ken en voor we het goed en wel beseffen zitten we al op de autostrade terug naar huis. De riante polderroute is zeker de Veurne-Ambacht waart. Veel afwisseling, rustig rijden langs mooie veldbanen

of onder de hoge bomenrijen, die steevast de aangedane kanalen omzoomen. 9/10 is misschien een hoog cijfer dat echter niet alleen aan het fris witbier, dat ik tijdens dit schrijven dronk, te danken is. Nee de riante polderroute raad ik je sterk aan. Nog enkele beelden om je te verlekkeren.

De Faluintjesroute, door en vooral rond Aalst


Aalst, bestaat uiteraard uit Aalst zelf maar ook verschillende deelgemeenten. Deze worden de faluintjes genoemd. Het is dan ook meteen duidelijk dat de faluintjesroute deze deelgemeenten doorkruist.

Vanuit Erembodegem volgen wij den Dender om in Aalst van start te gaan. Even door het centrum met zijn mooie markt en daarna opnieuw naar de Dender.

Iets voor de Wiezebrug verlaten we het jaagpad, fietsen over de brug en peddelen naar Herdersem. Hier doorkruisen we over smalle kasjekens (éénmansbaantjes) het centrum. Een hobbelige ommetje brengt ons nog eens tot aan de oever van de Dender.  Vandaar gaat het door velden en bosjes naar Moorsel.

Hier is ook een mooie dorpskom en wat verder een park met bijbehorend, maar niet te onderscheiden, Kasteel.  Wat verder sluit de route aan op het ons zo vertrouwd Leireken.

Dit fietspad aangelegd op een oude spoorwegbedding brengt ons tot aan het “Stationneke van Baardegem”.

Dit mooi gerestaureerd stationneke is nu een etablissement waar je lekker kan eten en drinken.  Nog even langs de dorpskern,

alvorens  over veldbanen

te zigzaggen langs velden omzoomd door bomen, bossen en ander groen.

Dit zigzaggen brengt ons tot Meldert.

We dobberen langs de  Sint-Walburgakerk en fietsen verder nu richting abdij Affligem.


Deze abdij is zeker een bezoek waard. Wij richten echter de steven naar de Aalsterse dreef

en vervolgens het nieuw aangelegd fietspad

om zo terug naar Aalst te fietsen.    Meestal is deze route perfect bereikbaar, ook na enkele dagen regen. Maar op sommige momenten dienen er veldwegen met ruwe kassei bedwongen te worden, wat toch wat fietvaardigheid vergt. Verder is dit een mooie route met veel afwisseling. 8/10

De Valleitjesroute, voor wie van klimmen houdt. Onze Lieve Vrouw-Lombeek (31 km)

Ietwat verder van de Dender af (in Okegem afslaan naar Pamel en dan de N8 oversteken naar Onze-Lieve Vrouw-Lombeek) vinden we het liefelijke dorpje OLV-Lombeek. Hier start de Valleitjesroute.
Onze-Lieve Vrouw-Lombeek
Al van in Pamel blijkt het waar de naam van deze route komt. Het gaat hier op en neer, de verschillende beekjes hebben brede valleien gevormd. Ondanks zijn «slechts »31 km is deze route een stevige rit, doch de inspanning wordt beloond met prachtige vergezichten soms vele kilometers ver. Zeker in de lente, wanneer de vele boomgaarden in bloesem staan, is deze tocht een echte aanrader.
Bloesem
Al bij het begin is het trappen geblazen. Via een kasseiweg hijsen we ons naar boven. Van ver zien we de windmolen, voor de ouderen onder ons een herinnering aan het jeugdfeuilleton kapitein Zeppos. Eens boven kunnen we al van het eerste vergezicht genieten. De kerk van Pamel torent ver boven de golvende weides uit en als je goed kijkt zie je aan de einder de Onze Lieve Vrouwekerk van Ninove. Het gaat nu verder golvend langs de vele boerderijtjes met elk hun boomgaard tot aan de Woestijnkapel.
Woestijnkapel
Deze kapel, eigenlijk de Heilig Kruis-kapel, doemt plots voor ons op. Het geeft een eigenaardig gevoel hier deze kapel, zo afgelegen in de velden aan te treffen. Het lieflijk gebouwtje nodigt uit tot even uitrusten. Daarna gaat het steil naar beneden toe. Het molenaarshuis met de Terhagenmolen uit 1732 wat verder, is ook zo’n prachtig plekje dat deze fietstocht zo kleurt. Zo ook het kasteeltje van Heetvelde of het Waterkasteel.
Waterkasteel
Dit beschermde gebouw was ooit een waterburcht en werd in de 17de eeuw zijn huidige vorm heropgebouwd. Een beetje verder komen we aan de zwaarste kasseistrook van deze rit. Over ruwe kasseien doeberen we naar de bergstraat (tiens), die haar naam alle eer aandoet en ons nog eens flink laat zweten. Rechts kijken we uit op het mooie Steenhaultbos.
Inmiddels zijn we via de Vollezelestraat in Vollezele, een gehucht van Galmaarden, terechtgekomen en als je oplettend bent zie je rechts het plaatselijke kerkje. Een kapel en valleitje verder duikt de radartoren van de Kesterberg(112m) op. Deze toren in de streek «den ijzeren man » genoemd overheerste lang de streek, maar moet sinds een tiental jaren zijn meerdere erkennen in de immens hoge zendmast van de VRT in Sint-Pieters-Leeuw. Genietend van het prachtige pajottenland (dat hier op zijn best is) slingeren we stijgend en dalend langs mooie natuurlandschappen verder naar Gooik.
Steenhaultbos
Daar komen we via een klein ommetje in het centrum recht tegenover de Sint Niklaaskerk.
Sint Niklaaskerk Gooik
Voor deze kerk staat een bankje dat uitnodigt tot een verdiende rust na al die nijdige klimmetjes die de Valleitjesroute tot een stevige kuitenbijtersroute maakt. Na een kleine pauze hijsen we ons weer in’t zadel en vervolgen onze tocht. Even buiten het centrum rijden we langs een begraafplaats verder richting Oplombeek (een gehucht dat hoger licht dan….Lombeek, juist vandaar dus…) Het kasteeltje dat we hier voorbijzoeven draagt ook de naam Oplombeek.
Oplombeek
We zijn nu reeds ver gevorderd en algauw dient een van de laatste klimmetjes zich aan. Wat verder en we zijn in Nelleken. Onder enkele rode beuken staat er een pittoresk kapelletje en het geheel maakt dit gehucht één van de merkwaardigste pleisterplaatsen op deze tocht. Nog eventjes licht stijgen, en dan laten we ons als slechtvalken, de vallei van de Moeliebeek, induiken. Dan uitbollen tot aan de imposante kerk, de remmen dicht en dan naar een van de terrastafeltjes van de Kroon, geef hier die pint.
De Kroon OLV-Lombeek
Ook deze route is overgenomen van m’n website die ik in 2002 maakte. Dit is de eerste pittige tocht die ik hier beschrijf en jullie zullen het merken ik hou ervan. 9/10 verplichte kost voor wie inspanning beloont wil weten met prachtige vergezichten.

De Reuzeroute, en die reus kwam weer….

De reuzeroute (start: Dendermonde afstand: 38km) is een niet al te zware fietstocht die ons de streek tussen Dendermonde, Aalst en Berlare leert kennen. een groot gedeelte loopt over de dijken van Schelde en Dender. Er is op verschillende plaatsen mogelijkheid om iets te eten en drinken. Zowel afstand als zwaarte van het parcours maakt deze route geschikt voor beginnende fietsers. Doch de meer ervaren kilometervreters onder ons zullen het als een leuke uitstap ervaren.
007
Deze route start in Dendermonde, maar die van Aalst (wij dus) pikken in waar de route de dender verlaat en zich via de denderlandstraat richting Gijzegem keert.
Dender Erembodegem
Snel zien we het mooie kerktorentje met de, voor deze streek, specifieke ajuin als bekroning er boven op. Eventjes opletten als we de grote baan kruisen. Enkele keren draaien door een paar woonwijken en we volgen een oude spoorwegbedding. Juist voor Hofstade verlaten we deze en maken een weidse bocht.
boerepaard
Goed onderhouden veldbanen (er werd onlangs een lichte routewijzeging aangebracht een stuk onverhard is geschrapt) voeren ons langs velden en akkers. Wie al eventjes onderweg is kan dankzij het nieuwe traject voor een frisse slok of versnapering terecht in het restaurant De Jaegher, wijzelf verkiezen nog even te wachten en stevenen verder op Schoonaarde af. Voorbij dit dorpje kruisen we de Schelde en van op de brug zien een leuke taverne. Alvorens de loop van deze machtige rivier te volgen stappen wij dan ook af in het Oud brughuis.
Brughuis
In een gemoedelijke omgeving kan je genieten van een biertje (uitgebreide keus) of smullen van een lekker slaatje of een andere versnapering die je hier kan bestellen. Na deze rust rijden we met de stroom mee over prima onderhouden dijkwegen.
dijkweg
Op zomerse dagen is het hier zeer druk met hele drommen rijden er dan fietsers en dit in beide richtingen. Het is een prachtig traject. Langs de ene zijde zie je over de weidse velden en de andere kant toont ons de schelde met haar brede schorren. Op kalmere dagen kan je je hier ontspannen en tot rust komen op het wiegen van de rietstengels.(de laatste tripel in het brughuis maakt mij wellicht wat melancholisch). Na wat rijden zie je rechts het veer van Appels. Dit veer brengt je nog steeds naar de overkant en terug.(Als uitbreiding op deze tocht een aanrader.) Wat verder worden we plots met een haventje voor plezierbootjes geconfronteerd. Samen met wat ongelukkig geplaatste caravannes vormt deze plek een mindere noot op dit stuk van de route. Ietwat later rijden we voorbij (of tot) de herberg “Den Anker” . Ook hier kan er even gerust worden bij een verfrissing of lekkere knabbel. Wij rijden door naar Dendermonde. Een moderne impressie van ‘t peerd voor het koopcentrum Beiaard, maakt ons duidelijk dat we Dendermonde binnenrijden.
't peerd
Eventjes langs de drukke Zeelsebaan en dan kort over de scheldedijk beginnen we aan de klim over de spoorbrug. We zijn nu aan het eigenlijke beginpunt van deze tocht. We rijden snel door want het is hier zeker niet het mooiste plekje van deze rit. (Vrachtwagens, woonwagens her en der gekneld tussen brede uitvalwegen en de Schelde). Toch algauw fietsen we weer over een dijkweg (de notendijk),die omgeven door groen ons wegvoert van de stadsdrukte en naar de monding van de Dender brengt. We volgen nu de Dender en rijden voorbij een groot sluizencomplex. In het zicht van de ooibrug van Appels slaan we links af om deze brug over te rijden naar de andere oever. Hier volgen we opnieuw de loop van de Dender tot we de Varenbergstraat indraaien. Nu is het langs leuke veldbaantjes naar het lieflijke dorpje Mespelaere.
Kerk Mespelaere
Op het kerkpleintje gekomen voelen we ons wegglijden in de tijd. Het mooie dorpskerkje, de strenge schandpaal en het “Spaans hof” een statig herenhuis daterend van de Spaanse bezetting maakt dat dit wellicht één van de mooiste dorpjes op deze route is. We genieten van dit alles met volle teugen alvorens onze weg te vervolgen. We richten ons weer naar de dender en na een stukje jaagpad komen we aan de wiezebrug en zijn we terug waar we deze route startten. Met een voldaan gevoel rijden we door naar Aalst en een tiental kilometer verder eindigt onze rit.

Noot van stefsontheroad:

Deze beschrijving is overgenomen van mijn website die ik in 2002 op het net plaatste. Sindsdien hebben we al vele malen deze route gepeddeld, 8/10 is deze route zeker waard.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: